| Onvoldoende grondmonsters leidt tot intrekking derogatie |
|
| donderdag 19 januari 2012 20:00 |
|
Een melkveehouderijbedrijf met ruim 60 ha grond had zich aangemeld voor derogatie. Naar aanleiding van een administratieve controle constateerde Dienst Regelingen dat er onvoldoende grondmonsters waren genomen. Van een perceel grasland van 5,5 ha was maar één grondmonster genomen. Dienst Regelingen concludeerde vervolgens dat niet voldaan was aan de voorwaarden voor het toepassen van derogatie, waardoor de gebruiksnorm voor dierlijke mest terugviel van 250 naar 170 kg per hectare. Dit zou geleid hebben tot een mestboete van ruim € 30.000. Aangezien er maar één grondmonster te weinig was genomen en er geen andere tekortkomingen werden geconstateerd, matigde Dienst Regelingen de boete tot € 2.000. In de praktijk komt het regelmatig voor dat in het kader van derogatie onvoldoende grondmonsters worden genomen. Zo worden nog steeds verschillende niet aan elkaar grenzende percelen tot één grondmonster gerekend, terwijl dit volgens het aangescherpte bemonsteringsprotocol niet meer mogelijk is. Ander aandachtspunt is dat aan elkaar grenzende percelen mogen worden samengevoegd tot een totale omvang van ten hoogste vijf hectare. De omvang van de individuele percelen die worden samengevoegd mag niet groter zijn dan 2,5 hectare. Een perceel van 4,0 hectare mag dus niet worden samengevoegd met een perceel van 0,5 hectare, ondanks dat de totale oppervlakte onder de grens van 5 hectare blijft. Bedenk dat u zelf verantwoordelijk bent voor het nemen van voldoende grondmonsters. De monsternemer zal u wel vragen hoe groot de percelen zijn, maar zal dit niet controleren. U zult dus zelf moeten nagaan of de maximale oppervlaktegrenzen niet worden overschreden. Neem bij twijfel geen risico’s en laat een extra grondmonster nemen. De kosten hiervan wegen niet op tegen het risico van intrekking van derogatie met de daaruit voortvloeiende boete. |
